Deunkmolen kwam verlies van een wiek nooit te boven

Winterswijk kende in vroeger tijden talrijke wind- en (enkele) watermolens. Zes ervan staan  gerestaureerd en wel nog te pronken. Maar namen als De Vrees, De Klomps, De Hoop, De Kievit, De Sellink en De Fortuna… ze zijn allemaal verdwenen. Dat geldt ook voor de Deunkmolen in Brinkheurne. Het enige wat herinnert is de Deunkmolenweg, waar de beltmolen – gelegen tussen de voormalige bakkerij te Selle en boerderij De Waltak – zijn omwentelingen maakte. De in 1848 gebouwde korenmolen werd dan ook wel de Waltakmolen genoemd.

Officieel is de molen vernoemd naar Deunk (Te Voortwis). Dat was destijds een grote boer en het was niet ongewoon dat hier een molen naar vernoemd werd, ook al lag de boerderij er een heel eind vandaan.
Op 18 februari 1851 krijgen Berend Vriesen en zijn vrouw Berendina Johanna Boeijink toestemming om een windkorenmolen te bouwen op het stuk grond, dat bekend staat als de Waltakskamp. De eerste molenaar is Frederik Streek, zoon van een beurtschipper uit Leiderdorp. Hij woont eerst bij Vriesen in maar komt later op boerderij De Waltak. Gerrit Jan Streek volgt in 1907 zijn overleden vader op als molenaar.
Stoommaalderij
Al in 1880, toen Albert Esselink eigenaar van de molen was, wordt er bij De Waltak een stoommaalderij gebouwd om ook in tijden van windstilte te kunnen malen. De stoommolen wordt in 1906 verplaatst naar de Kottenseweg, waar Streek een nieuwe stoomhoutzagerij en maalderij laat bouwen. De windmolen, waarvan hij inmiddels ook eigenaar is geworden, blijf in bedrijf.
In 1917 worden in opdracht van Gerrit Jan Streek het huisperceel de Waltak (woonhuis, winkel, 3 schuren, bakkerij en pakhuis) en de Deunkmolen (samen met paardenstal, bergplaats en grond) publiekelijk geveild. Daar hoort ook nog wat bouw- en weiland bij. De Deunkmolen wordt onderhands aangekocht door brandstoffenhandelaar Roelof Pieter Krol. Hij neemt per 1 november van dat jaar de zaak in ‘kruideniers-, koloniale- en bakkerswaren en aanverwante artikelen’ over van Streek.
Veiling
Na het overlijden van Krol is er begin 1920 op verzoek van zijn weduwe mevrouw Krol-Elzenga een veiling. De bouwplaats Waltak met de daarbij behorende molen, met bakkerij, winkel en bouw- en weilanden worden publiekelijk geveild. De Deunkmolen, de Waltak en verder enkele gronden worden volgens de NWC gekocht voor 14.014 gulden door Willem ten Dolle. Hij woont op De Waltak en runt o.a. een eierhandel. Andere bronnen vermelden als koper Hendrik Jan te Selle, waarbij dan echter het jaartal 1921 wordt genoemd. Mogelijk dat Ten Dolle slechts een jaar eigenaar is geweest. In de jaren ’20 schaft Hendrik Jan te Selle een Deutz dieselmotor aan om ook zonder wind te kunnen malen. Na afbraak van de molen wordt de motor bewaard en in 1982 verkocht aan H. Woordes van de Prins van Oranje in Bredevoort. De motor wordt niet als krachtbron gebruikt maar doet dienst als showmodel.
Wiek breekt af
Tijdens een hevige storm in maart 1925 moet de Deunkmolen een beschadiging hebben opgelopen, maar dat blijkt pas enige tijd later. Op 13 mei 1925 breekt bij een matige zuidwestelijke wind tijdens het draaien één van de wieken bij de as af. De molen draait nog enige tijd door met één roede. In de NWC van 11 juli 1930 wordt vermeld dat de Deunkmolen die week is gesloopt.
Als Willem en Daatje ten Dolle samen met dochter Tine en schoonzoon Jan Leemkuil hun intrek nemen in de nieuwe woning op de hoek van de Deunkmolenweg/Esselinkhoekweg (mét eierhandel en Vivo-winkel), komen Johan Colstee en ‘buurmeisje’ Johanna Oonk na hun huwelijk in 1958 op De Waltak te wonen. Johan overleed geheel onverwacht op 11 mei van dit jaar.
Vijf generaties
Omstreeks 1920 zien we Hendrik Jan te Selle als bakker en molenaar woonachtig op Deunkmolen. Na verloop van tijd zet zijn zoon Wim (Willem) samen met echtgenote Mine de zaak voort. De ‘nieuwe’ maalderij werd in 1983 omgebouwd tot woning, waar dan Willems dochter Josien met – hoe toevallig – de Ratumse bakkerszoon Wim Oonk komt te wonen. Inmiddels zijn ze verhuisd naar de andere zijde van het dubbele woonhuis en hebben hun dochter Manon en schoonzoon Maarten Schurink hun intrek genomen in de ‘maalderij’. Met de recente geboorte van hun zoon Dies is de vijfde generatie van de Brinkheurnse bakkersfamilie een feit.
In het voormalige pakhuis achter de molenaarswoning zijn nog originele balken zichtbaar die bij de sloop van de molen vrijkwamen. Ook de plek waar de molen stond, rechts achter de woning, is nog vaag te zien als een verhoging. In de tuin liggen nog stukken van de molenstenen.
En als we met de optocht tijdens het Brinkheurnse Volksfeest weer onze gezellige stop houden bij ‘Bakker te Selle’, genieten we van het fraaie uitzicht over de Waltakskamp. Daar waar ooit die imposante korenmolen haar rondjes draaide. ‘Daar bij die molen, die mooie molen…’ zoals Willy Derby in 1935 zong, aan de Deunkmolenweg.
 
(Jan Heijnen)
 
Bronnen: Groeten uit Winterswijk, Willem Peletier; Buurtschap.info; Molendatabase.nl; familie Oonk-te Selle en Maarten Schurink.
Deunkmolen, met op het inzetje de locatie waar deze heeft gestaan.
Deunkmolen, afgebeeld op een ansichtkaart.
Stukken van de molensteen in de tuin.
Het pakhuis is gebouwd van balkens uit de oude molen.